GE/20030815

OPRICHTING VERENIGING
Heden, zestien mei tweeduizend zeven, verscheen voor mij, mr. Theo Koelma, notaris gevestigd in de gemeente Franekeradeel:
1. S.van den Berg Zurich

2.Johan Weerstra Workum

De comparanten verklaarden een vereniging op te richten, welke zullen worden geregeerd door de navolgende statuten.
NAAM EN ZETEL
ARTIKEL 1

De vereniging is genaamd federatie Wûnderadiel-Bolsward-Workum, hierna te noemen: de federatie.
Zij heeft haar zetel in de gemeente Wûnseradiel.
DOEL EN DUUR
ARTIKEL 2

1. De federatie heeft ten doel het doen beoefenen en het bevorderen van de kaatssport in de meest uitgebreide zin des woords, in wedstrijdverband, en de bevordering van en de propaganda voor de kaatssport in het algemeen en in de regio in het bijzonder.
De federatie tracht dit doel onder meer te bereiken door het coördineren van alle wedstrijden in die in federatief verband worden georganiseerd, zodat bedoelde wedstrijden optimaal kunnen worden bezocht door kaatsers die lid zijn aangesloten verenigingen
2. Het federatiejaar is gelijk aan het kalenderjaar.
LEDEN
ARTIKEL 3

1. Leden zijn kaatsverenigingen, hierna te noemen als lid, die bij de federatie zijn aangesloten onder auspiciën van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond (K.N.K.B.)
2. De federatie kent leden van verdienste, die zich op een of andere manier verdienstelijk hebben gemaakt voor de federatie.
ARTIKEL 4
1. De federatie kan voor zover uit het huishoudelijk reglement van de federatie niet het tegendeel voortvloeit, ten behoeve van de leden rechten bedingen. De federatie kan in een voorkomend geval ten behoeve van een lid nakoming van bedoelde rechten en schadevergoeding vorderen, tenzij het lid het bestuur schriftelijk mededeelt het betreffende bestuur daartoe niet te machtigen.
2. De federatie kan voor zover dit in het huishoudelijk reglement van de federatie uitdrukkelijk is bepaald, ten laste van de leden verplichtingen met derden aangaan.
3. De in de leden 1 en 2 genoemde bevoegdheden worden uitgeoefend door het bestuur.
4. De federatie kan door een besluit van het bestuur, van de algemene vergadering of van een ander orgaan verplichtingen – al dan niet van financiële aard – aan de leden opleggen.
5. De leden zijn verplicht zich jegens elkaar en jegens de federatie te gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.
6. De leden zijn gehouden:
a. het huishoudelijk reglement van de federatie, alsmede de besluiten van het bestuur, van de algemene vergadering of van een ander orgaan van de federatie na te leven;
b. de reglementen van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond, de besluiten van een orgaan van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond, alsmede de van toepassing verklaarde wedstrijdbepalingen na te leven;
c. de belangen van de federatie niet te schaden.
ARTIKEL 5
1. a. In het algemeen zal strafbaar zijn zodanig handelen of nalaten dat in strijd is met de wet, dan wel met het huishoudelijk reglement en/of besluiten van organen van de federatie, of waardoor de belangen van de federatie worden geschaad.
b. tevens zal strafbaar zijn zodanig handelen of nalaten dat in strijd is met de wedstrijdbepalingen, alsmede met het huishoudelijk reglement en/of besluiten van organen van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond of waardoor de belangen van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond, danwel van de kaatssport in het algemeen worden geschaad.
2. De strafbepalingen, bedoeld in Hoofdstuk VII van het kaatsreglement van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond zullen van overeenkomstige toepassing zijn.
3. In geval van een overtreding, als bedoeld in lid 1, kunnen de straffen worden opgelegd als vermeld in het lid 2 bedoelde kaatsreglement.
EINDE LIDMAATSCHAP
ARTIKEL 6

1. Het lidmaatschap eindigt door:
a. het beëindigen van de vereniging,
b. door indeling van de vereniging in een andere federatie;
c. royement (ontzetting).
2. Royement geschiedt door het bestuur, tenzij anders is bepaald.
3. De federatie kan het lidmaatschap opzeggen:
a. in de gevallen in het huishoudelijk reglement genoemd;
b. wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten die het huishoudelijk reglement voor het lidmaatschap stellen;
c. wanneer redelijkerwijs van de federatie niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren.
4. Een lid kan het lidmaatschap opzeggen met inachtneming van het in dit artikel bepaalde.
5. Een lid kan het lidmaatschap voorts met onmiddellijke ingang beëindigen:
a. wanneer redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren;
b. binnen een maand nadat een besluit, waarbij zijn rechten zijn beperkt of verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld, in welk geval het besluit alsdan niet op hem van toepassing is.
Deze bevoegdheid tot opzegging komt het lid niet toe wanneer rechten en verplichtingen worden gewijzigd, die in het huishoudelijk reglement nauwkeurig zijn omschreven, wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen hieronder begrepen.
c. binnen een maand nadat hem een besluit is medegedeeld tot omzetting van de federatie in een andere rechtsvorm of tot fusie.
6. a. Opzegging van het lidmaatschap kan slechts geschieden tegen het einde van het boekjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Op deze termijn is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing. In ieder geval kan het lidmaatschap worden beëindigd door opzegging tegen het einde van het boekjaar, volgend op dat waarin werd opgezegd, alsmede onmiddellijk in de gevallen, als bedoeld in de leden 3 en 4.
b. Een opzegging in strijd met het onder a bepaalde doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip, volgende op de datum waartegen was opgezegd.
7. Indien een lid de belangen van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond heeft geschaad, is het bestuur, na ontvangst van een daartoe strekkend bericht, verplicht het lidmaatschap van het betreffende lid met onmiddellijke ingang op te zeggen.
ARTIKEL 7
Behoudens in geval van overlijden wordt enig gewezen lid, dat heeft opgezegd, geacht nog lid te zijn tot ten hoogste het eind van het boekjaar volgend op dat waarin werd opgezegd, zolang het lid niet heeft voldaan aan zijn geldelijke verplichtingen ten opzichte van de federatie, of zolang enige andere aangelegenheid waarbij hij betrokken is niet is afgewikkeld, de tenuitvoerlegging van een opgelegde straf daarin begrepen. Gedurende deze periode kan de betrokkene geen recht uitoefenen, met uitzondering van het recht om binnen de gestelde termijn in beroep te gaan.
BESTUUR, BEVOEGDHEID EN VERTEGENWOORDIGING
ARTIKEL 8

1. a. Het bestuur bestaat uit ten minste drie meerderjarige personen die door de algemene vergadering uit de leden worden benoemd.
Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door de algemene vergadering.
b. Het bestuur bestaat in ieder geval uit een voorzitter, secretaris en penningmeester.
2. Bestuursleden worden kandidaat gesteld door het bestuur. De kandidaatstelling geschiedt niet door middel van een bindende voordracht.
3. Ieder bestuurslid wordt benoemd voor een periode van drie jaar en treedt af volgens een door het bestuur op te maken rooster.
4. Aftredende bestuursleden zijn terstond herbenoembaar. Wie in een tussentijdse vacature is benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
5. In zijn eerste bestuursvergadering na een benoeming van bestuursleden, stelt het bestuur in onderling overleg de taken van de bestuursleden vast en doet hiervan – door middel van een schriftelijke kennisgeving – mededeling aan de leden.
6. Ieder bestuurslid is tegenover de federatie gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuursleden behoort, is ieder van hen geheel aansprakelijk ter zake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
7. De algemene vergadering kan een bestuurslid schorsen of ontslaan indien zij daartoe termen aanwezig acht. Voor een besluit daartoe is een meerderheid vereist van ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen. Een schorsing die niet binnen twee maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
8. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door:
– het eindigen van het lidmaatschap in een vereniging;
– bedanken;
– overlijden.
ARTIKEL 9
1. Behoudens beperkingen volgens het huishoudelijk reglement is het bestuur belast met het besturen van de federatie.
2. Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats(en) aan de orde komt.
3. Het bestuur is bevoegd uit zijn midden een dagelijks bestuur te benoemen en de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur vast te stellen.
4. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taken te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur zijn benoemd.
5. Het bestuur is, na voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de federatie zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
ARTIKEL 10
1. Het bestuur vertegenwoordigt de federatie, voorzover uit de wet niet anders voortvloeit.
2. a. De federatie wordt voorts in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter tezamen met de secretaris of tezamen met de penningmeester, dan wel bij afwezigheid van één van de genoemden tezamen met een ander bestuurslid.
b. Het bestuur is bevoegd aan anderen een schriftelijke volmacht te verlenen, op grond waarvan deze bevoegd zijn de federatie in de in de volmacht omschreven gevallen te vertegenwoordigen.
3. a. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan bestuursleden toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voorzover uit de wet niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door de federatie worden ingeroepen.
b. De uitsluiting, beperkingen en voorwaarden gelden mede voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de federatie ter zake van de in artikel 10 lid 5 bedoelde handelingen.
4. Bestuursleden aan wie krachtens het huishoudelijk reglement of op grond van een volmacht vertegenwoordigingsbevoegdheid is toegekend, oefenen deze bevoegdheid niet uit dan nadat tevoren een bestuursbesluit is genomen waarbij tot het aangaan van de betreffende rechtshandeling is besloten.
5. De federatie wordt op de vergaderingen van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond vertegenwoordigd op de wijze als is geregeld in het huishoudelijk reglement van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond.
COMMISSIES
ARTIKEL 11

De instelling van vaste commissies geschiedt op voorstel van het bestuur door de algemene vergadering. De leden van de commissie worden door het bestuur benoemd, geschorst of ontslagen.  Ad hoc commissies wordt door het bestuur ingesteld en benoemd.  Commissies zijn verantwoording schuldig aan het bestuur, dat op zijn beurt ten opzichte van de algemene vergadering verantwoordelijk blijft voor het totale beleid.
De taakomschrijving van de commissie wordt vastgelegd in documenten, die ter beschikking staan van de leden.
GELDMIDDELEN
ARTIKEL 12

1. Het bestuur is verplicht tot het houden van zodanige aantekeningen omtrent de vermogenstoestand van de federatie dat daaruit te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2. a. Het bestuur brengt op de algemene vergadering een jaarverslag uit over de gang van zaken in de federatie en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de algemene vergadering over.
b. De onder a bedoelde stukken worden ondertekend door alle bestuursleden. Ontbreekt een handtekening van een bestuurslid, dan wordt hiervan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na afloop van de termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuursleden in rechte vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.
3. a. De algemene vergadering benoemt een kascommissie, bestaande uit twee leden, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.
b. De leden worden benoemd voor de duur van één jaar.
c. Een lid van de kascommissie mag de al of niet gehuwde partner zijn van een bestuurslid of verwant in de rechte lijn of in de zijlijn tot en met de tweede graad zijn.
4. De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.
5. Het bestuur is verplicht de kascommissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde Inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en de bescheiden van de federatie te geven.
6. Goedkeuring door de algemene vergadering van het jaarverslag en van de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot décharge voor alle handelingen, voorzover die uit de jaarstukken blijken.
7. Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in lid 1 en 2 tien jaar lang te bewaren.
ARTIKEL 13
1. De geldmiddelen van de federatie bestaan uit:
– contributies van de leden;
– ontvangsten uit wedstrijden en entreegelden;
– subsidies, giften en andere inkomsten.
2. De leden zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van een contributie, die door de algemene vergadering van ieder jaar aangaande het volgende boekjaar zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld, die een verschillende bijdrage betalen.
3. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft niettemin de contributie voor het gehele boekjaar verschuldigd.
BESLUITEN VAN ORGANEN VAN DE FEDERATIE
ARTIKEL 14

1. Orgaan van de federatie zijn het bestuur en de algemene vergadering, alsmede al die commissies en personen die krachtens het huishoudelijk reglement door de algemene vergadering zijn belast met een nader omschreven taak en aan wie daarbij door de algemene vergadering beslissingsbevoegdheid is toegekend.
2. a. Het in een vergadering van een orgaan uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
b. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan wordt het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspron-kelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
ALGEMENE VERGADERINGEN
ARTIKEL 15

1. Aan de algemene vergaderingen komen in de federatie alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of het huishoudelijk reglement aan andere organen zijn opgedragen.
2. Jaarlijks wordt uiterlijk twee maanden na afloop van het boekjaar een algemene vergadering gehouden (de jaarvergadering).
3. Buitengewone algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit gewenst acht.
4. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur, met inachtneming van een termijn van ten minste veertien dagen.
5. De bijeenroeping geschiedt door een mededeling aan alle leden te zenden schriftelijke kennisgeving met gelijktijdige vermelding van de agenda.
6. a. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste drie leden verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek.
b. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig het bepaalde in het vorige lid of door het plaatsen van een advertentie in ten minste één, ter plaatse waar de federatie is gevestigd, veel gelezen nieuwsblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en het opstellen van de notulen.
ARTIKEL 16
1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voor¬zitter van het bestuur of door zijn plaatsvervanger. Zijn de voorzitter en zijn plaatsvervanger verhinderd, dan treedt een ander door het bestuur aan te wijzen bestuurslid als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin.
2. Van het verhandelde in elke algemene vergadering worden door een bestuurslid notulen gemaakt. De notulen worden ter kennis van de leden gebracht en dienen door de eerstvolgende algemene vergadering te worden vastgesteld.
ARTIKEL 17
1. Ieder lid heeft toegang tot de algemene vergade¬ring.
2. Ieder stemgerechtigd lid heeft één stem.
3. Een lid kan zijn stem niet door middel van een volmacht uitbrengen.
4. Stemming over zaken geschiedt mondeling, over personen schriftelijk.
5. Over alle voorstellen zaken betreffende wordt, voor zover het huishoudelijk reglement niet anders bepalen, beslist bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij het staken van de stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
6. Bij stemming over personen is degene benoemd, die de meerderheid van de uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd. Indien niemand die meerderheid heeft verkregen, wordt een tweede stemming gehouden tussen de personen, die het hoogste aantal van de uitgebrachte stemmen hebben verkregen en is hij benoemd, die bij de tweede stemming de meerderheid van de uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd.
7. Indien bij die tweede stemming de stemmen staken, beslist het lot.
8. Ongeldige stemmen zijn stemmen die blanco of op enigerlei wijze ondertekend zijn, danwel iets anders aanduiden dan in stemming is gebracht of andere namen bevatten dan van de personen over wie wordt gestemd.
STATUTENWIJZIGING
ARTIKEL 18

1. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van de algemene vergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering moet ten minste veertien dagen bedragen.
2. De voorgestelde wijziging wordt ten minste veertien dagen vóór vergadering aan alle leden toegezonden.
3. Het bepaalde in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing, indien in de algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en het besluit tot wijziging van de statuten met algemene stemmen wordt aangenomen.
4. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste de helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien aan één of beide vereisten niet wordt voldaan, wordt binnen vier weken, doch niet eerder dan na verloop van twee weken, op een andere datum daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel, zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, een besluit kan worden genomen, mits met een meerderheid van ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen.
5. De bestuursleden zijn verplicht een authentiek afschrift van de akte van statutenwijziging en een volledige doorlopende tekst van de statuten, zoals deze na de wijziging luiden, neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel en Fabrieken gehouden register.
ONTBINDING EN VEREFFENING
ARTIKEL 19

1. Voor een besluit tot ontbinding van de federatie is het bepaalde in artikel 18 leden 1 en 3 van overeenkomstige toepassing.
2. De federatie wordt ontbonden door een daartoe strekkend besluit van de algemene vergadering, genomen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste drie vierden van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
3. Bij de oproeping van de in dit artikel bedoelde vergaderingen moet worden medegedeeld, dat ter vergadering zal worden voorgesteld de federatie te ontbinden. De termijn voor oproeping tot zodanige vergadering moet ten minste veertien dagen bedragen.
4. De bestuursleden treden na het besluit tot ontbinding van de federatie op als vereffenaars.
5. De algemene vergadering is bevoegd na het besluit tot ontbinding de alsdan zitting hebbende bestuursleden te ontslaan met gelijktijdige benoeming van één of meer vereffenaars.
6. Bij een besluit tot ontbinding wordt de bestemming van een eventueel batig saldo bepaald, terwijl de algemene vergadering tevens één of meer bewaarders aanwijst.
7. De slotafrekening behoeft de goedkeuring van de Koninlijke Nederlandse Kaatsbond.
8. Na de ontbinding blijft de federatie voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten en overige reglementen voor zover mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen, die van de federatie uitgaan, moeten aan haar naam worden toege-voegd de woorden “in liquidatie”.
9. De boeken en bescheiden van de ontbonden federatie moeten door de bewaarder(s) worden bewaard gedurende tien jaren na afloop van de vereffening.
REGLEMENTEN
ARTIKEL 20

1. De algemene vergadering kan een Huishoudelijk Reglement, Algemeen Reglement, Tuchtreglement of andere reglementen vaststellen en wijzigen.
2. Een reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.
3. De statuten mogen geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met de statuten en het huishoudelijk reglement van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond.
SLOTVERKLARING
Tenslotte verklaarden de comparanten:
Als lid van de vereniging treden toe de oprichters. Zij benoemen als eerste bestuursleden:
1.S.van den Berg, Zurich

als voorzitter;

2. J.Steigenga, Exmorra

als secretaris;

3. J.Monsma, Burgwerd
als penningmeester;

4. J.Weerstra, Workum
als lid.
SLOT
De comparanten zijn mij, notaris, bekend en de identiteit van de bij deze akte betrokken comparanten is door mij, notaris aan de hand van de hiervoor vermelde en daartoe bestemde documenten vastgesteld.
WAARVAN AKTE is verleden te Franeker op de datum en het tijdstip in het hoofd van deze akte vermeld.
Na zakelijke opgave van de inhoud en een toelichting van deze akte aan de comparanten hebben deze eenparig verklaard tijdig voor het verlijden van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen, met de inhoud in te stemmen, en op volledige voorlezing geen prijs te stellen. Vervolgens is deze akte na beperkte voorlezing eerst door de comparanten en vervolgens door mij, notaris, ondertekend.

© Copyright - Website Federatiewbw